Home Service Kindervoetontwikkeling
De ontwikkeling van de kindervoet

De bedoeling van deze pagina is, dat er veel misverstanden en onwaarheden over schoenen en voeten uit de weg geruimd wordt. Aangetoond zal worden, dat het belangrijk is om kinderen in de groei de juiste passende en kwalitatief goede schoenen te geven. Dit hoeven zeker niet altijd de duurste schoenen te zijn!

 

Geschiedenis

Al een lange tijd is de schoen meer dan een voetbeschermer. Vaak is de schoen tot mode-object en soms zelfs tot statussymbool gebombardeerd. Vaak wordt uit het oog verloren, dat schoenen de voeten moeten beschermen en moeten zorgen dat we gezonde voeten krijgen en die ook houden.

 

Voetgezondheid

De oudere (50 jaar en ouder) generatie is de eerste die gedurende haar hele leven op industrieel vervaardigde schoenen heeft gelopen. Het staat vast dat veel voetklachten bij volwassenen het gevolg zijn van het dragen van slechte schoenen tijdens de jeugdjaren. Het is een feit dat 95% van de kinderen met normale voeten wordt geboren.

Uit onderzoek is gebleken dat meer dan de helft van deze kinderen op vijftienjarige leeftijd alvoetgebreken had. De problemen ontstaan vaak op jeugdige leeftijd. De waarschuwingen die heel duidelijk zijn (pijn en eelt) worden in de praktijk heel vaak over het hoofd gezien. De echte voetklachten treden meestal tussen het dertigste en het vijftigste levensjaar op. 

  

Eisen te stellen aan kinderschoenen

Hierbij moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen "leren-lopen schoentjes" en de zogenaamde "straatschoenen".

 

De eerste schoentjes

Veel ouders denken dat hun kind zo snel mogelijk moet gaan staan en lopen, want anders is het niet goed. Bovendien zit hier vaak een stukje oudertrots aan vast. Het beste is eigenlijk ook hier niets te forceren. Het kind gaat staan en lopen wanneer het kind het wilt. Gemiddeld gaat een kind lopen tussen één en anderhalf jaar. Gemiddeld hebben hebben de kinderen dan schoenmaat 21.

Voordat het kind aan de tafel staat en rond de tafel gaat lopen, kunt u lederen slofjes kopen. Hiermee kunnen de kinderen goed kruipen en ook glijden ze niet uit als ze gaan staan. Belangrijk is wel dat de slofjes ruim zitten.

Als het kind goed aan tafel staat en rond de tafel begint te lopen, kunt u overgaan tot het kopen van de babyschoentjes. Deze schoentjes zijn van heel soepel leder en ze belemmeren het voetje niet in de bewegingen. Er zit een stroef rubber zooltje onder en hier glijden de kinderen niet op weg. Vaak zijn de kinderen bang om te vallen omdat ze zo vaak uitglijden. Met deze schoentjes zijn ze iets zekerder.

Als ze goed rond de tafel lopen en al van de tafel naar de bank durven over te steken, komt het punt dat ze naar evenwicht gaan zoeken.

Vaak is het een kwestie van gedachte van het kind dat ze een bepaalde houvast moeten hebben. De eerste stapjes zonder houvast worden vaak gezet met een touwtje of een doosje in de handjes, waaraan het kind houvast denkt te hebben. Als het kind één maand stevig "los" loopt, wordt het pas tijd om aan echte schoentjes te gaan denken. Het kind mag in deze fase nog steeds veel op blote voetjes of op slofjes lopen in huis. Dit activeert de spieren het best en niets staat de natuurlijk groei in de weg.

Koud aanvoelende kindervoetjes zijn niet alarmerend. Er is voldoende vetpolstering aanwezig om bescherming te bieden. Belangrijk bij de eerste schoentjes is, dat ze smal van achter zijn met een stevig contrefort en breed van voren, omdat dit het model van de kindervoet in deze fase is.

 

De straatschoenen

Deze schoenen die ca. vanaf maat 24, 25 of 26 lopen, zijn steviger. Het kind gaat meer buiten spelen en fietsen. De schoentjes moeten veel steviger zijn. Ze hoeven niet meer zo breed van voren te zijn, omdat de voet al iets meer model krijgt. Belangrijk wordt ook de kwaliteit, de gebruikte materialen en de schoenconstructie.

 

Het Verbeningsproces

Als het kind pas geboren is bevat het lichaam van de baby nog zeer weinig botten. Dit is nog kraakbeen. Dit kraakbeen wordt heel langzaam bot. Pas rond het 18e jaar is het totale lichaam verbeend. Dit verklaart ook het feit dat als een klein kind van de trap af valt het heel vaak geen botten breekt. Ook verklaart het ook dat kleine kinderen vaak niet voelen dat ze op te kleine of te smalle schoenen lopen.

Vaak loopt het kind op te kleine schoenen als het vaak struikelt (het kind heeft dan minder evenwicht). Als het kind echt te kleine schoenen aan heeft moeten de schoentjes vaak twee maten groter zijn. In een uitzondering kan dit zelfs drie maten zijn. Maar dan moet het kind eerst enkele weken op slappe schoentjes lopen zodat de voetjes weer hun normale lengte krijgen. Dan pas kunnen de voetjes goed gemeten worden.

 

Het corrigeren van de kindervoet

De term corrigeren is vaak niet goed. Onder de 4 jaar wordt er meestal zeer weinig veranderd aan de kinderschoentjes. Van 4 tot 8 jaar wordt er meestal ook nog niet zo drastisch aan de schoentjes veranderd. We praten dan ook niet over corrigeren maar over sturen en begeleiden. Wel van zeer groot belang is in deze periode de keuze van de schoentjes die we aan het kind geven.

Gemiddeld rond het 7e levensjaar is het neuro-fysologisch systeem pas volledig ontwikkeld. Dit systeem heeft alles te maken met de spieren. Bepaalde correcties hebben dus geen effect.

 

De afwijkingen aan de voetjes kunnen we verdelen in aangeboren en verworven afwijkingen.

Er zijn maar heel weinig kinderen met aangeboren afwijkingen; vaak gaat het hierbij om afwijkingen die erfelijk zijn. bijvoorbeeld: Platvoeten of kinderen met bandenslapte (dit is te herkennen als we voeten en handen ver in bepaalde posities kunnen krijgen die voor een ander kind onmogelijk zijn, bijvoorbeeld de duim helemaal tegen de pols kunnen krijgen). Voor deze kinderen is het dus op de juiste plaats houden van de gewrichten in de voet met stevige schoentjes.

Het percentage van de kinderen met verworven afwijkingen is daarentegen verschrikkelijk groot.

Vaak is het ook helemaal niet de schuld van de ouders, maar vaak zijn ook redenen te noemen als:

- Ondeskundig advies en dus verkeerde schoenen.

- Een periode waarin het kind ontzettend hard groeit.

- Het kind moet in zijn milieu (school) met bepaalde schoenen om "erbij" te horen, terwijl dit nu toevallig heel slecht is voor de voeten.

Heel belangrijk is, dat het kind vanaf de geboorte alle fases van de ontwikkeling doormaakt. Iedere fase heeft zijn doel en moet het kind dus doormaken. De lichte x-stand van de beentjes is ook zo'n fase, die vanaf 8 maanden minder wordt.

 

De opeenvolgende opgroeifases van uw kind.

De fases beginnen met de opgetrokken houding (baarmoederhouding).De baby heeft een bolle ruggenwervel. Van de voetjes is te zeggen, dat er nog weinig botjes inzitten; hiervoor in de plaats zit wel kraakbeen. De grote teen is meestal opgetrokken.

In de volgende fase kan de baby op zijn buik rollen en de ruggenwervel wordt al veel rechter. De bekken kantelt al iets naar voren en het hoofdje iets verder naar achter. De beste slaaphouding is op de zij (om en om), tenzij uw arts anders voorschrijft. In deze fase is uw baby gemiddeld 3 à 4 maanden oud.

De volgende fase is, dat uw kind op de knieen gaat zitten (soms ook slapen op de knieen met het kontje omhoog). Deze fase is meestal rond de 4 à 6 maanden.Het verbeningsproces gaat ook door. Het kraakbeen verandert langzamerhand in bot. Het kind wordt beweeglijk met armen en benen en ook het hoofdje kan het al beter omhoog houden. Dan volgt een belangrijke fase en dat is de kruipfase. Het is ook het beste voor uw kind, dat deze fase niet overgeslagen wordt. Dit heeft o.a. te maken met de coördinatie en een goede ontwikkeling van beide hersenhelften. Knieklachten kunnen komen op latere leeftijd, als deze fase wordt overgeslagen.Na deze fase volgt het zitten en vooruit schuiven op het kontje en dan komt het optrekken en staan. Dit kan zijn als uw kind een half jaar is, maar ook kan het zijn, dat uw kind een jaar is of soms nog iets later. Het gewicht van uw kind heeft hier ook in belangrijke mate mee te maken. Een zwaarder kind zal over het algemeen ook later gaan lopen (dit is ook beter, omdat de voetjes dan ook sterker zijn).

Leeftijden die staan vermeld tijdens de fases, zijn gemiddelde leeftijden. Ze kunnen heel goed nog eerder of later zijn. Ieder kind is anders en het geeft zelf aan wanneer het zover is. Wel is het verkeerd uw kind te veel te dwingen naar een volgende fase. Heel belangrijk voor de voetjes is, dat ze niet belemmerd worden in de groei. Let heel goed op de maat van de sokjes. Met te strakke sokjes creëren we de eerste afwijkingen.

 

Asymmetrisch

Tot ongeveer 2-3 jaar kan de asymmetrie groot zijn.

Dit wil zeggen, dat tijdens deze periode de linkse voet bijvoorbeeld veel sneller kan groeien, terwijl enige maanden later de rechtse voet de linkse in millimeters in kan halen. Belangrijk voor de verzorger van het kind is dus dat beide voeten elektronisch goed onder controle van de vakman blijven (iedere 3 maanden).

Ook in beenlengte kunnen redelijk grote verschillen ontstaan. De lengte ontwikkelt zich door groeischijven aan ieder uiteinde van ieder botje. Pas rond de leeftijd van 10 kan zo'n groeischijf operatief stilgezet worden om dezelfde lengte te krijgen.

Bij volwassenen kan bijvoorbeeld een halve centimeter al rugklachten veroorzaken. Wilmo kan dit lengteverschil altijd netjes oplossen met de schoenen.

Tot ± 18 jaar blijft het voetskelet langzaam verbenen. Tot ± 12 jaar kan de voet sterk misvormt worden, omdat het voetje nog veel kraakbeen en vet bevat. De keuze van het schoeisel is dus zeer belangrijk.

Als het voetje ver genoeg verbeend is en de spieren zijn sterk genoeg en de evenwichtsorganen zijn ver genoeg ontwikkeld, gaat uw kind losstaan en de eerste pasjes los zetten. Dit is een deel van de natuurlijke ontwikkeling. Hierdoor traint het kind de buitenste spieren onder het voetje. Als uw kind de voetjes ver naar buiten óf ver naar binnen zet tijdens het stappen, is dit niet verontrustend. Dit is een onderdeel van het evenwicht zoeken.

Als dit op latere leeftijd nog is (na 4 jaar), kunnen we hiervoor een kleine correctie op de juiste plaats aanbrengen die inwerkt op de spieren van de voet, waardoor het kind beter gaat lopen.

Hierna volgt een veel langere periode dat het kind op de binnenkant van de voetjes gaat lopen.

Dit regelt de natuur expres zo, omdat deze spieren aan de binnenkant veel meer getraind moeten worden omdat ze in het verdere leven ook meer belast worden.

Deze knikstand moet goed in de gaten gehouden worden. Hoeveel uw kind naar binnen mag staan is afhankelijk van de leeftijd, het gewicht en de mate waarin de voet doorzakt. Als de voeten te ver naar binnen staan is het kind snel moe en wil gedragen worden. Ook kunnen er knieklachten ontstaan.

Laat u hierdoor altijd adviseren door een deskundige op het gebied van kindervoeten. Meestal is het voldoende, als het kind schoenen krijgt met een zeer stevige (en passende) hielversteviging. Correcties zijn dan ook niet nodig.

 

Wratten

Veel kinderen hebben wratten (in de leeftijd van 6-10 jaar heeft één op de tien kinderen last van wratten). Ze kunnen overal op het lichaam voorkomen, het meest langs de vingernagels en onder de voeten. Heb je eenmaal wratten gehad, dan loop je meer kans ze opnieuw te krijgen.

Wratten komen alléén en in groepjes voor. Ze kunnen lijken op een eeltplek of een likdoorn, maar ze hebben een ruw oppervlak. Er zitten vaak kleine zwarte spikkeltjes in de wrat.

Wratten worden veroorzaakt door een virus, vooral in gemeenschappelijke bad- en douceruimten is de kans op besmetting groot.

De meeste wratten (65%) verdwijnen uit zichzelf. Het lichaam moet eerst voldoende weerstand opbouwen. Pijnlijke wratten kun je het beste behandelen.

Er zijn verschillende behandelingsmethoden, geen enkele manier garandeert 100% succes!

Bij kinderen is het aan te raden eerst te proberen met wrattentinctuur (bij drogist/apotheek) verkrijgbaar). Als dit niet helpt raadpleeg de huisarts (bevriezen of wegsnijden)

Hoe kun je wratten voorkomen?

 - In gemeenschappelijke bad- en douceruimten badslippers dragen.

 - Na het douchen/zwemmen/sporten de voeten goed afdrogen.

 - De voeten zo droog mogelijk houden (leren schoenen).

 - Niet langer dan noodzakelijk rubber laarzen dragen.

  •  
  • Voetspelletjes

    Welke oefeningen kunt u doen om de voetspieren van uw kind sterker te maken?

    - Kinderen doen het vaak uit zichzelf, maar laat uw kind elke dag eventjes hoog op de tenen te laten lopen.  

    - Een zakdoek oprollen met de tenen

    -Met de voorvoeten op een verhoging (bijvoorbeeld: De onderste tree van de trap) gaan staan en dan een aantal keren zo diep mogelijk door de hielen zakken (met één voet of met beide voeten)

    -Op de binnen en op de buitenkant van de voeten lopen (pas op het omzwikken).

    - Sporten. Niet te overdreven, zorg dat uw kind er ook echt plezier aan beleeft. Belangrijk is goede warming up en bij heel veel sporten een goed (verend en ondersteunend) voetbed in de sportschoen.

     

    Tot ziens bij Wilmo schoenservice,

    Ben Willemsen